skip to Main Content

De zorg voor de kinderen

Algemeen
Zorgdragen voor de aan ons toevertrouwde kinderen is voor De Zevenster vanzelfsprekend. Het tijdig signaleren  en analyseren van problemen en het bepalen van de aanpak om belemmeringen in het leerproces op te heffen is een primaire taak van de school, die De Zevenster zeer serieus neemt.

Zorg is geen statisch gegeven, de wijze waarop de zorg voor de leerling wordt vorm gegeven, wordt in de school jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. In het Zorgplan heeft de school uitgebreid beschreven hoe aan de zorg voor de leerlingen gestalte wordt gegeven. Het zorgplan is op te vragen bij de administratie van de school. Het zorgplan zal geregeld geactualiseerd worden.

Het leerlingvolgsysteem, systematische zorg en toetsen
De leerstof is naast doel vooral ook middel tot ontwikkeling. Aansluiten bij de leeftijdsfase van het kind is een belangrijk kenmerk van het vrijeschool onderwijs.
Welke rol speelt het niveau van het kind daarbij? Het ‘niveau’ is niet eenduidig; elk kind heeft meer dan één niveau. Een kind kan motorisch, sociaal en emotioneel op verschillende niveaus functioneren. Stabiliteit en sociaal-emotionele vermogens zijn minstens zo belangrijk.

De leervorderingen worden vanaf de eerste klas getoetst met methode onafhankelijke, landelijk genormeerde toetsen. We gebruiken hiervoor toetsen die ontwikkeld zijn door  Cito: rekenen-wiskunde, technisch lezen, spelling en vanaf de derde klas begrijpend lezen. Na de afname van de toetsen worden deze nagekeken en verwerkt in een digitaal leerlingvolgsysteem, Parnassys. Het evalueren van toets gegevens is een vanzelfsprekend gegeven. Gegevens die uit de resultaten naar voor komen kunnen gevolgen hebben voor de inrichting van het onderwijs of kunnen richtinggevend zijn voor specifieke hulp aan een kind.

Daarnaast wordt een dossier van iedere leerling samengesteld waarin getuigschriften, kinderbesprekingen, verslagen van ouderbezoeken, biografische gegevens, observatielijsten, therapieverslagen, portfolio kleutertekeningen en niveau van de basisvaardigheden worden opgeslagen.

Het volgen van de kleuter
In de kleuterklassen worden de kinderen gevolgd met behulp van een uitgebreid Kleutervolgsysteem. In dit kleutervolgsysteem worden de observaties vastgelegd, die de kleuterleidsters doen met betrekking tot de ontwikkeling van het kind. Deze waarnemingen op het gebied van: ontluikende geletterdheid, ontluikende gecijferdheid, fijne en grove motorische ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling, komen in de oudergesprekken aan de orde. Daarnaast is er een spelkijkwijzer die bij de beginnende kleuter het spel observeert (1x na drie maanden en waar nodig na 6 maanden).

Leerrijpheid
Alle kinderen die zes jaar worden voor 1 januari van het volgend schooljaar, worden meegenomen in het leerrijpheidstraject. Dit wil zeggen dat bekeken wordt of deze kinderen de stap naar de eerste klas kunnen maken. Hierbij kijken we naar de verschillende ontwikkelingsgebieden.

De intern begeleider of de leerkracht neemt  bij de kinderen van 6 jaar een leerrijpheidstoets af.
Ook de observaties van de kleuters gedurende de kleutertijd in de klas worden verwerkt in een verslag dat de kleuterleidsters maken van elk kind. Dit verslag, en natuurlijk de ervaringen van de ouders met hun kind, is de leidraad voor het gesprek dat ouders en kleuterleidsters voeren. De kleuterleidster geeft aan het eind van dit gesprek een advies. Indien nodig kan er nog hulp van derden (schoolbegeleidingsdienst, OOC) worden ingeroepen. Het besluit over de overgang naar de eerste klas wordt genomen door de directeur op grond van bevindingen van alle betrokkenen. Het besluit van de directeur is bindend.

Zitten blijven of een klas overslaan
Indien een kind niet leerrijp is (zie: Leerrijpheid), kan het kind een jaar langer in de kleuterklas blijven, zodat het daarna goed toegerust naar de eerste klas kan gaan.
Daarnaast komt doubleren of versnellen in de klassen 1 t/m 6 een enkele keer voor. Daartoe wordt dan eerst uitvoerig overleg gevoerd met de ouders. De directeur kan waar nodig het eindoordeel vellen.

Het getuigschrift / het rapport
De oudste kleuters ontvangen een persoonlijk afscheidscadeau, gemaakt door de kleuterjuffen.
De kinderen van klas 1 t/m klas 6 krijgen het getuigschrift, dat is geschreven door de klassenleerkracht en de vakleerkrachten.
Hierin wordt aan de ouders een beeld gegeven van de ontwikkeling van het kind in dat jaar en van de vorderingen in de verschillende vakken en de ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied. Ook onderwerpen als werkhouding, doorzettingsvermogen, zorg voor het werk komen hierin aan de orde. Voor het kind zelf wordt een beeld gegeven in de vorm van een verhaal of spreuk. Het is de bedoeling dat het kind die in het volgende schooljaar opzegt op zijn geboortedag.

Kinder- en klassenbespreking
In principe kan elk kind in aanmerking komen om besproken te worden. Dat gebeurt in de kind- of klassenbespreking, waar alle leerkrachten, een deel van de vakleerkrachten net als de intern begeleider en de directeur aan deelnemen. Het doel van de kind- en klassenbespreking is te komen tot juist voor dit kind of deze klas een belangrijke pedagogische aanpak. Elke bespreking helpt de waarneming van de leraar te verfijnen en zijn inzicht in de ontwikkeling van het kind te vergroten. Bij de kinderbespreking kan gevraagd worden naar een zekere inbreng van de ouders.  

Remedial Teaching (RT)
Remedial teaching is vooral gericht op leermoeilijkheden. Als blijkt dat de (extra) zorg binnen de klas niet voldoende is kan er een beroep gedaan worden op remedial teaching. De procedure staat in het zorgplan uitgewerkt. Het handelingsplan voor deze groep kinderen wordt regelmatig bijgesteld en geëvalueerd.

Dyslexie
Op de computers in de klassen 4, 5 en 6 zit het ondersteuningsprogramma Claro Read. Waar nodig maken leerlingen gebruik van dit hulpmiddel. Verder wordt binnen de school gewerkt volgens het protocol dyslexie voor Athenascholen.

Begeleiding buiten school
Als er meer ondersteuning buiten school nodig is, ligt de verantwoording bij de ouders waarbij wij graag willen meedenken en daar waar mogelijk ondersteunen.

Specifieke zorg voor kinderen met een specifieke vraag

Algemeen
Binnen de school krijgt elk kind de ruimte die het nodig heeft om zoveel mogelijk zijn eigen ontwikkelingsweg te volgen die aansluit bij zijn specifieke kwaliteiten en onderwijsbehoeften.
In de school zijn er ook kinderen die specifieke aandacht nodig hebben. Dit zijn de leerlingen die door een leer-, ontwikkelings- of sociaal-emotioneel probleem niet in staat zijn zich in het gewone onderwijs voldoende te ontwikkelen. Aan deze kinderen proberen we als school een samenhangend geheel van onderwijsvoorzieningen te bieden, afgestemd op de onderwijsbehoefte van het kind. Er wordt overleg gevoerd tussen de ouders en de klassenleerkracht; dit kan zowel op initiatief van de ouders als van de leerkracht. Er worden afspraken gemaakt over eventuele hulp in de vorm van een bepaalde aanpak (bijvoorbeeld: extra begeleiding, een kinderbespreking, een onderzoek, een observatie). Deze afspraken worden beschreven op oudergespreksformulieren. Het is mogelijk dat er een handelingsplan wordt opgesteld.

Nader onderzoek/testen
Indien nodig wordt er, in overleg met de ouders, een aanvraag voor leerlingenonderzoek gedaan bij het OOC (Onderwijs Ondersteuning Centrum) of een ander instituut.

Af en toe komen we tot de conclusie dat alle inzet onvoldoende effect heeft. We kunnen dan in overleg met de ouders het besluit nemen om het kind meer tijd te geven de basisschool te doorlopen of naar andere oplossingen zoeken.

Ook kunnen we de afspraak maken dat een kind voor één of meerdere vakken met een aangepast programma op zijn niveau gaat werken. De school schrijft dan een Onderwijs Ontwikkelingsperspectief  Indien de hulp die het kind nodig heeft niet meer op school geboden kan worden, wordt de leerling aangemeld bij het zorgteam van ons samenwerkingsverband Oldenzaal en regio. Ouders worden hier vanaf het allereerste begin bij betrokken en moeten hiervoor toestemming geven.

Verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften/ Passend onderwijs, samenwerkingsverband
Op 1 augustus 2014 is de wet “passend onderwijs” en daarmee de zorgplicht formeel in werking getreden. Met de komst van passend onderwijs krijgen schoolbesturen zorgplicht. Dit houdt in dat zij verplicht zijn om een passende onderwijsplek te vinden voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. De Zevenster is aangesloten bij het samenwerkingsverband SWV 23.02

De school kan advies van het OOC inroepen om  passende zorg voor een leerling te realiseren. Het OOC biedt allerlei deskundige hulp/ specialisten en diensten welke ingehuurd kan worden.

Tevens maken wij gebruik van de expertise van het de dienst van Vrijescholen en andere deskundigen die vanuit het mensbeeld van Steiner naar de onderwijsbehoeften van het kind en de leerkracht kijken.

School ondersteuningsprofiel (SOP)
Alle scholen die behoren tot het samenwerkingsverband 23.02 hebben een school ondersteuningsprofiel opgesteld. Dit is een wettelijk voorschrift bij de invoering van passend onderwijs. Een school ondersteuningsprofiel biedt informatie over de kwaliteit van de basisondersteuning en over wat onze school verder aan ondersteuning biedt. Meer informatie is te vinden in het SOP op te vragen bij de IB-er.

Zorg-adviesteam (ZAT)
Soms hebben leerlingen problemen welke van uiteenlopende aard kunnen zijn, waardoor het op school niet zo goed met ze gaat. Onze school probeert deze leerlingen zo goed mogelijk te ondersteunen en werkt daarom nauw samen met het Zorg-adviesteam (ZAT). Het Zorg-adviesteam bestaat uit vertegenwoordigers van de school en enkele deskundigen van buiten de school: een schoolverpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg en een maatschappelijk werker. Het inschakelen van het ZAT gebeurd in overleg met en na toestemming van ouders.

Back To Top